Of is dat een soort shirt met print?”
Vraag van een jonge gast waar we net een stevig gesprek mee hadden gehad over grenzen stellen.
Over gezien willen worden.
Ik moest lachen.
“Het zijn tattoos. M’n mouwen zitten er permanent op.”
Hij keek, knikte, en zei: “Vet.”
En daarna: “Ik wist het niet zeker hoor. Je praat best netjes.”
Mijn grijns werd nog groter.
Tattoos en ‘netjes praten’.
Blijkbaar nog niet zo vanzelfsprekend samen.
Voor mij wel.
Mijn tattoos zijn geen rebelse actie of zo.
Geen schreeuw om aandacht.
Geen ‘diep spiritueel manifest’ (al zitten er heus wel lagen in).
Ze zijn gewoon… van mij.
Kleur, vorm, muziek, beweging.
Wat ik mooi vind. Wat ik voel. Wat ik bén.
En ja, soms vergeet ik bijna dat ik ze heb.
Tot iemand ze ziet.
Of me erop aanspreekt.
Ik werk met mensen.
Met hun pijn, hun kracht, hun verhalen.
En soms helpt het juist als je een beetje afwijkt van de norm.
Als je iets laat zien van jezelf.
Geen masker. Geen pak.
Gewoon: mens.
Met mouwen, maar dan anders.
Wat laat jij zien van jezelf — zonder dat je er iets over hoeft te zeggen?
Recente reacties