Twaalf dagen ‘zit’ hij nu thuis. Na een, door de baas verplicht gesteld, bezoekje aan de huisarts waarbij het woord uiteindelijk viel, was het duidelijk. Burnout. Hij mocht meteen door naar huis om uit te gaan rusten. Tijd te nemen. Bij te tanken. Te niksen. Hoe moest hij dat in vredesnaam doen? Hij had nog nóóit genikst! Uitrusten deed hij ’s nachts, tussen het piekeren door tijdens die paar uurtjes in bed.

Hij weet eigenlijk niet eens meer wanneer het is begonnen. Het altijd maar door moeten. Het steeds meer kortaf worden tegen de kinderen, zijn vrouw. Het slechte slapen, de bellen whiskey, het altijd bereikbaar willen zijn.

Hij kreeg wel signaaltjes, dat beseft hij zich nu het ‘te laat’ is. Het begon met keelontstekingen. Daarna raakte hij zijn stem langdurig kwijt. Ook zijn onderrug deed geregeld zoveel pijn dat hij op een gegeven moment zelf zijn sokken niet meer aankreeg.

De signalen werden steeds heftiger omdat hij de eerste gewoon negeerde. Hij nam paracetamol, ibuprofen en melatonine en ging door. Uiteindelijk werd de rugpijn zo erg dat hij geopereerd moest worden. Hij nam nauwelijks tijd om te herstellen en ging wéér vol aan de bak. En daar kwam de grootste waarschuwing: een TIA.

Vergelijk het maar met een kiezelsteentje dat gegooid wordt. Heel zachtjes… misschien merk je het niet eens op. Het is zo’n kleine hint: Poef… let je op? Dit is een waarschuwing! Hij ging inzien hoe hij meerdere kiezeltjes genegeerd had. En hoe hij ook de grotere keien, de baksteen en zelfs de hele muur niet eens opgemerkt had. Net zolang tot de bulldozer kwam die de hele boel omgooide en de burnout ‘ingreep’. Zijn lijf was zo’n mooie graadmeter… en hij had er geen aandacht voor gehad.

Zijn lichaam had mooie signalen afgegeven: problemen met zijn keel en stem: het teken dat hij meer mocht gaan delen (zowel de hoeveelheid werk als alles wat hij maar opkropte en binnenhield). Zijn rug: het teken dat het (zelf)vertrouwen er niet (meer) was… hij moest zichzelf letterlijk iedere dag een duwtje in de rug geven om überhaupt nog in de benen te kunnen komen. De TIA was de hint dat zijn hoofd nu echt, ècht, ECHT eens uit mocht! “GA VOELEN en ERVAREN” werd er eigenlijk door zijn hele lichaam geschreeuwd!

En daar zat ie dan. Op de bank. Voor de vorm met een kopje verse muntthee. En nu?

Hij mocht gaan oefenen. In stil zijn, stil zitten, gewoon eens ervaren wat er is. Door dat te doen voelde hij zijn lijf weer. Zijn buik, zijn voeten, de kleine signaaltjes van binnenuit. Hij herkende steeds sneller wat er ‘gefluisterd’ werd en welke kiezelsteentjes daarbij hoorden. Gelukkig mocht hij hier al na twaalf dagen mee aan de slag. Het hielp! Meteen!

Burn out. Brand uit. Misschien komt daar het woord ‘uitbrander’ vandaan. Zijn lijf gaf hem die enorme uitbrander die blijkbaar nodig was om eindelijk tot hem door te dringen. Na de kiezels, stenen, muur en bulldozer was dit nog het enige alternatief. De fik erin! Nu kan hij weer gaan bouwen. Alleen deze keer mèt fundering, cement en bouwtekening.

Naath