De muur.

De muur.

 

Perspectief. Iets in het vooruitzicht hebben, ergens naar uit kijken, een frisse blik hebben of krijgen op wat er allemaal mogelijk is. We mochten er de afgelopen week een aantal mensen weer bewust van maken; ze laten voelen hoe eenvoudig het eigenlijk is om helemaal jezelf te zijn en echt te doen wat je zelf het allerliefste wil doen. Daarmee ontstaat er van alles. Een andere toekomst, vrijheid, ruimte, rust… noem maar op! Het is ook spannend. Als alles ineens weer open ligt, wat doe je dan? Ga je ervoor, of kruip je zodra je de deur uit stapt weer terug in je schulp en achter je masker?

 

Naast mooie verhalen en dappere stappen had het woord perspectief ook een andere lading deze week. Het ging daarbij juist om het ontbreken van perspectief. Perspectiefloos zijn zelfs. Dit woord werd gisteren gebruikt toen ik in een zorginstelling in de Flevopolder was. Daar woont een jongen, begin 20, helemaal alleen in een ouderwets ‘paviljoen’ dat eigenlijk geschikt is voor veel meer bewoners. Deze jongen, laten we hem voor nu even Boris noemen, heeft veel meegemaakt de laatste jaren.

 

Boris is een keer of 10 verhuisd omdat men steeds weer vond dat hij niet op de juiste plek woonde. Steeds weer zag hij andere gezichten en dacht men dat hij veel meer aankon dan in werkelijkheid het geval was. Boris werd chronisch ‘overvraagd’. Hij liep daardoor nog meer op zijn tenen dan hij vanuit de vorm van autisme die bij hem vastgesteld was toch al deed. Na iedere verhuizing werd zijn leven enger en onduidelijker. Hij begon te gooien met spullen. Te bonken met zijn hoofd. Tegen deurposten. Muren. Kasten. Zijn bed. En al die dingen werden weg gehaald, omdat dat voor hem veiliger was.

 

Uiteindelijk begon hij zijn angst en onbegrip te uiten richting mensen. Hij greep ze vast, klampend, schreeuwend en huilend. Ze begrepen hem niet. Ze legden hem op de grond en gingen met drie man bovenop hem zitten. Hij wilde alleen maar weg. Vechten, duwen, schoppen. Hij wist niet eens meer waar hij was en wat hij deed. Begeleiders werden bang voor hem. Hij raakte ze soms vol, waardoor ze wekenlang ziek thuis zaten. De andere bewoners op de groep werden onzeker en bang omdat hun begeleiders Boris begonnen te ontlopen en ineens zogenaamd iets heel belangrijks te doen hadden in het washok als hij de groep op liep.

 

Boris verhuisde naar de plek waar hij nu woont. Een deel van de bewoners woont er nog naast. Er is nu alleen een muur gebouwd om te voorkomen dat Boris de groep op kan lopen. Boris voelt, hoort, ziet, ruikt en proeft alleen maar de angst van alle mensen om hem heen. Zelfs dwars door de nieuwe muur heen. Er zijn altijd twee begeleiders vlak in zijn buurt. Als hij zijn stem maar verheft staat de tweede begeleider meteen op om ‘in te kunnen grijpen’ als het Boris teveel wordt. De tweede begeleider is altijd een man die ook nog ergens anders werkt. Als bewaker. Boris vindt de mannen niet leuk. Ze pakken hem te hard vast en praten al snel te hard tegen hem. Voor Boris is het dan net alsof ieder woord, iedere letter, op volumestandje 100 binnen dendert. Alleen gillen en zijn oren dicht houden helpen dan nog.

 

Men geeft aan geen perspectief meer te zien voor Boris. Ze weten het niet meer. Alles is geprobeerd en gedaan. Onderzoeken, tests, observaties, met en zonder video. Er zijn allerlei therapieën uit de kast gehaald, maar de meeste therapeuten waren na 1 sessie zo bang voor Boris dat ieder goedbedoeld plan mislukte. Boris zit de hele dag in zijn ‘appartement’. Dat woord hebben ze er maar aan gegeven. Met twee begeleiders die maximaal twee dagen per week met Boris kunnen werken. Vaker een hele dag in spanning zitten en bang zijn voor escalaties houdt niemand vol. Een aantal begeleiders zit al maanden thuis, drie van hen hebben zelf traumabehandeling nodig gehad om te kunnen verwerken wat hen overkomen is.

 

Boris is een jongen van begin 20. Begin 20. En men ziet nu al geen perspectief meer voor hem. Zijn situatie is perspectiefloos. Boris weet dat zelf niet. Hij snapt het niet. Hij snoezelt en schommelt. En soms vecht hij. Met de begeleiders, maar vooral ook met zichzelf. Zo gaan de dagen voorbij. Waar hij over een jaar woont? Hoe hij dan leeft? Wat hij dan doet? Niemand weet het. Vooral Boris niet.

 

Wat zou er gebeuren als Boris die andere toekomst, vrijheid, ruimte, en rust zou mogen ervaren? Zou hij ervoor gaan, of zou hij terug in zijn schulp en achter zijn masker kruipen? Heeft hij eigenlijk wel een schulp en masker? Of is hij precies datgene waar wij allemaal zo hard naar op zoek zijn? Helemaal zichzelf?

 

Ik kan alleen maar hopen. Duimen. Wensen. Bidden zelfs misschien. Dat Boris weer perspectief krijgt. Dat hij ergens mag gaan wonen waar ze een nieuwe start met hem durven maken. Waar ze Boris zien zoals hij is. En waar de angst niet meteen alles overneemt. Een plek waar muren omlaag gehaald mogen worden in plaats van opgetrokken. Die plek waar Boris weer helemaal zichzelf mag en kan zijn.

 

<3

Naath

 

 

Laat een Reactie Achter