“Hij meent er toch geen woord van, hoe kan hij nou zoveel van jou houden? Van JOU!?” De bitch in mijn hoofd is er ineens. Vlak na een prachtig moment, een heerlijke avond of een top-geluks-dag. Ze maakt me aan het twijfelen, wankelen, bibberen en soms zelfs klappertanden. Ijskoud is ze. Ik haat haar. Tot in mijn tenen. Het erge? Ze zit gewoon IN mij! In mijn hoofd, mijn keel, soms even in mijn hele lijf.

Eigenlijk haat ik dan dus een stukje van mijzelf. Dat stemmetje in mij dat opduikt als het risico er is dat ik wel eens langer dan een paar dagen zielsgelukkig zou kunnen zijn. Het lijkt gewoon verboden, niet mogen, alsof ik het niet verdien of waard ben.

Afgelopen week was grotendeels een prima week. Maandagochtend tot en met dinsdagmiddag: helemaal goed! Tot ik in de auto zat, mijn lief aan de telefoon, en ZIJ ineens weer de kop opstak. Waarom hij zo nodig in mijn mail moet kijken. EN waarom dat op MIJN laptop moet. EN… zo kwamen er nog een paar steken onder de gordel uit. Zo bleek in ieder geval later, want het mailen op mijn laptop was praktisch puur handiger en hetgeen hij zocht stond toevallig alleen daar. Ik heb geen geheimen. Zeker niet voor hem. Wat maakt dan dat ZIJ het ineens zo f*cking irritant vindt als hij een mailtje vanaf mijn laptop verstuurt? Hij weet ALLES, we bespreken alles en ik WIL juist dat hij alles weet. Onvoorwaardelijk; vol vertrouwen, 100% zeker: al deze woorden passen bij hem, bij mij en bij ons. Alleen staan ze blijkbaar nog niet in HAAR woordenboek. Hell no! Ze zeikt nog even door en kan zelfs zorgen voor een flinke zielige jankpartij. Werkt niet eens. Amateur.

Hij zegt uiteindelijk: “lieverd, kom nou gewoon lekker thuis” en als ik me uiteindelijk door de files en onnodige linksrijders heen heb gewurmd staat hij met open armen en een kop zoethoutthee op me te wachten. Een knuffel en het is goed. Ik voel het, weet het en ZIJ is meteen vertrokken; adieu! We praten er nog wel over en ook dat is fijn en goed. Ik besluit niet meer naar HAAR te luisteren. Klaar, opgelost, easy peasy…. Uh… Not.

Woensdag, donderdag, vrijdag: heer-lij-ke dagen! Zo fijn! Samen de verdiepings-2-daagse geven en ook daar is het thema bij een van de deelneemsters ‘thuiskomen’. Zo fijn. We gebruiken voorbeelden uit ons eigen leven en genieten ons suf. We laten ze weer kijken naar de ‘ikken’ in hun bus en luisteren naar de stemmetjes en het taalgebruik van hun buspasagiers en dat geeft weer zoveel inzichten. Alle vier maken ze mega-stappen en we zien vier compleet andere vrouwen weer terug naar (t)huis gaan. Wow. De kers op de taart: mijn puberzoon komt het weekend. Die komt even lekker twee dagen kletsen, bank-hangen, gamen, de picknicktafel uitproberen en ja… ook een beetje huiswerk maken. Gezellig!

Zaterdagochtend, als mijn zoon staat te douchen boven, zitten we samen even in de tuin. Lekker in het zonnetje, met een nog net iets te stevig windje om echt te kunnen bijbruinen. En BAF. Daar is ZE weer. Zomaar. ZE vindt dat zij altijd meer moet doen dan hij. En dat hij te vaak ‘ik’ zegt in plaats van ‘wij. En dat hij anderen toch vast en zeker leuker, liever… AHHHH… ik wil HAAR niet meer. Sodeflikker op, alsjeblieft!!! Ik smeek het haar diep van binnen.

Totdat… alles wat ik de afgelopen twee dagen aan die vier stralende vrouwen als een soort moker binnenkomt. Holy… wat ben ik nou aan het doen? Aan het vechten met één van mijn eigen buspasagiers? Met een van mijn ‘Ikken’ die blijkbaar iets te melden heeft en maar doorgaat totdat ik haar eindelijk een keertje serieus genoeg neem om te gaan luisteren? Die ‘Bitch’ (ik noem haar toch nog maar even zo) is er niet zomaar. Ze is ontstaan omdat ik haar blijkbaar ooit nodig had. Op een moment dat ik me niet gezien en gehoord voelde deed zij er alles aan om dat WEL voor elkaar te krijgen. En weet je? Het werkte nog ook! Door te schreeuwen, blaffen, huilen werd ik zichtbaar. Misschien niet op de ideale manier, maar het was in ieder geval EEN manier.

Ik weet nog wel wanneer dat was. En achteraf ben ik zelfs wel een beetje blij dat zij er toen was. Alleen… ik heb haar nu gewoon niet meer zo vaak nodig. En zeker niet op de manier waarop ze nu af en toe de kop (en vooral die grote mond) opsteekt. Het mooie is dat ik nu wel geleerd heb hoe ik met die bus-mensjes om kan gaan. Ik kan ze namelijk zelf vriendelijk doch dringend verzoeken eens wat verder achterin de bus te gaan zitten. Misschien zelfs in het bagagerek of ergens in de kofferbak. Aanhanger is ook goed. Ze hoeft niet meer vlak naast me te zitten om me te beschermen. Ze mag pauze nemen, voor onbepaalde tijd of nog langer.

En dat is dus precies wat ik gedaan heb. Ik heb haar bedankt, omarmd en besloten niet langer boos op haar te zijn. Ik hoef haar zelfs niet meer met hoofdletters te schrijven. En haar naam is vanaf nu ‘beautiful bitch’, omdat ze ook iets moois heeft. Ze is een soort leeuwin, Jessica Jones, en dramaqueen ineen. Das ook een kunst toch? Ze zit nu achterin de kofferbak van mijn ikken-bus en kan me nog bereiken via de Whatsapp. Als ik dat wil dan hè. Want ik ben de baas. Dusss.

Mijn lief heeft me zo geholpen dit te zien en te voelen. Ze was er al zo lang. En steeds weer dacht ik dat het gewoon mijn eigen zwarte kant was. En ook dat ik vooral moest uittesten of iemand wel echt zoveel van me hield en bij me zou blijven als ik mijn ergste trucs en gemeenste heksenopmerkingen als een soort Hermelien op hem zou afvuren. Nu weet ik dat dat helemaal niet klopt. En vooral: dat het helemaal niet nodig is dat uit te testen. Het is namelijk onvoorwaardelijk. We horen en blijven bij elkaar. Dat voel ik in iedere vezel en cel van mijn lichaam. Niks testen. Zoenen. Veel leuker. Kus.

 

<3

Naath